Symposium 2018: dier of ding?

Op zaterdag 24 november 2018 hield de Heimans en Thijsse Stichting samen met de KNNV en het IVN een symposium over ethische dilemma’s in het natuurbeheer. In een vol Leeuwenbergh werd stilgestaan bij de relatie tussen mens en dier en de vraag in hoeverre het belang van individuele dieren moet meewegen binnen het (Nederlandse) natuurbeheer, waarin dierenwelzijn lange tijd een ondergeschikte rol heeft gespeeld.

In de onderhoudende inleiding van primatoloog Frans de Waal over onderzoek naar emoties bij dieren stond de vraag centraal of er in dit opzicht grote verschillen bestaan tussen de mens en andere zoogdieren. Mede dankzij De Waal is dit thema de laatste jaren uit het verdomhoekje gehaald. Terwijl Darwin nog schreef over The expression of the emotions in man and animals rustte er gedurende de hele 20ste eeuw een wetenschappelijk taboe op dergelijk onderzoek, dat volgens De Waal voortkwam uit angst voor antropomorfisme en het onvermogen om precies te achterhalen wat dieren voelen. Omdat dieren onder gelijke omstandigheden vaak bijna precies hetzelfde reageren als mensen, is er geen enkele reden om aan te nemen dat de mens in dit opzicht een unieke positie inneemt. Tot De Waals verbazing is een grote schare academici er toch nog altijd van overtuigd dat er eigenschappen en gevoelens bestaan die uniek zijn aan de mens. Aan de hand van een reeks vermakelijke dierenfilmpjes toonde hij overtuigend aan dat deze vorm van ‘anthropodenial’ moeilijk vol te houden is en dat bijvoorbeeld chimpansees evengoed gevoel voor humor hebben. De gelijkenis in gevoelsleven beperkt zich niet tot onze naaste verwanten. Zo heeft neurologisch onderzoek uitgewezen dat woelmuizen elkaar troosten en hebben onderzoekers de ratten die zij kietelden met behulp van ultrasoon geluid onbedaarlijk horen lachen. Uit herkenbare uitingen van walging en empathie bij tal van dieren blijkt dat ook deze emoties niet uniek zijn voor de mens. Zeker met betrekking tot apen ziet De Waal daarom geen bezwaar voor de toepassing van zogenaamd uitsluitend menselijke woorden en begrippen. Wie de handen van bijvoorbeeld bonobo’s voorpoten noemt, wekt bij hem slechts irritatie op. Aangezien emoties op verschillende manieren meetbaar zijn, is het volgens De Waal bovendien geen probleem dat we bij gedragsonderzoek niet precies weten wat dieren voelen.

Milieufilosoof Floris van den Berg nam de bezoekers mee op een ‘gevaarlijke safari’ door de wereld van de natuurethiek, waarin hij inderdaad een aantal morele oneffenheden wist aan te wijzen. Terwijl de ecologische voetafdruk van alle Nederlanders gezamenlijk 3,7 keer de planeet aarde beslaat, zetten we wisenten uit op postzegelgrote natuur te midden van intensief beheerd landbouwgebied waarin dierenleed aan de orde van de dag is. Zolang ons consumptiegedrag wereldwijd dierenleed en natuurvernietiging veroorzaakt, is natuurbeheer in Nederland volgens Van den Berg eigenlijk een farce. Dit soort onrustbarende constateringen weerhoudt bijvoorbeeld de vleesetende huisdierbezitter vaak van een grondige ethische zelfanalyse, maar Van den Berg ziet zich als filosoof verplicht de inconsistenties in ons denken en handelen op te sporen. Hij concludeert dat we bij het toekennen van waarde aan dieren en andere natuur vaak keuzes maken die moreel gezien moeilijk te verdedigen zijn. dat het belang van het individuele dier mee moet wegen bij natuurbeheer. Natuurbeschermers proberen over het algemeen een goed functionerend ecosysteem in stand te houden. Dit ecocentrische perspectief staat op gespannen voet met de afzonderlijke belangen van alle levende wezens en met Van den Berg het ‘sentiëntisme’ noemt, dat een gelijke, humane behandeling van alle voelende dieren als grondbeginsel heeft. Hij betoogt dat natuurbeheer onderdeel moet zijn van een omvattend duurzaamheidsbeleid, dat onder meer het verminderen van dierenleed moet omvatten.

Floris van den Berg

Tweede Kamerlid Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren oogstte bijval met een aanklacht tegen de intensieve landbouw. Zij stelt vast dat economische belangen keer op keer prevaleren boven wettelijk vastgelegde dierenrechten en het intuïtieve besef dat natuur een intrinsieke waarde heeft en daarom bescherming verdient. Ook progressieve politici maken zich hier volgens haar schuldig aan. In het menselijk handelen heeft het traditionele heersersperspectief nog vaak de overhand, terwijl we onszelf als onderdeel van de natuur moeten beschouwen. Ouwehand roept natuurbeschermers op duidelijker stelling te nemen tegen de industriële landbouw en niet langer te kiezen voor de makkelijke oplossing. Wanneer het landbouwbeleid grondig op de schop gaat, hoeven bijvoorbeeld weidevogelbeschermers niet terug te vallen op vossenjacht om de achteruitgang van de grutto tot staan te brengen. Door het probleem bij de bron aan te pakken kunnen volgens haar heel wat natuur- en milieuproblemen in één keer worden opgelost.

Esther Ouwehand

Na een muzikaal intermezzo waarin kleinkunstenaar Judith Schrijver het lied Ein Pferd klagt an van Bertolt Brecht opdroeg aan alle dieren die zij naar eigen zeggen te lang had genegeerd, werd de dag afgesloten met een paneldiscussie. Aan de hand van drie stellingen gingen de genoemde sprekers, Teo Wams (Natuurmonumenten) en Wouter Helmer (Rewilding Europe) met elkaar in discussie over verschillende aspecten natuurbeheer en (individueel) dierenwelzijn. Onder leiding van studenten Wender Bil, Zwanet Herbert en Ishvar Lalbahdoersing werd ook het publiek volop betrokken in een levendig debat.